spraakt, en van deugdsaam leven, werd hem van zyne vrienden geraden zig van den dienst te ontslaan, en zyne oeffening alleen aan te leggen tot den Predikstoel, 't geen wel gelukte. Want na dat hy eenige reizen de Preekbeurt van Do. Taurinus in de Domkerk tot Utrecht tot groot genoegen van de gemeente had waar genomen, kreeg hy, door voorspraak van de Heeren Ledenberg en Langerak, een vasten dienst te Vleuten.
Altyd voor wind en stroom te varen is maar zelden het lot der vromen. Wat gebeurt'er? Als hy op eenen morgen in zyn Boekvertrek zit, komt een verschrikkelyke groote Uil met groot gedruis aanscheren, en zig neer zetten voor het glasraam. Hy hervat zyn vlugt andermaal, dringt met groot geweld door de glazen in zyn kamer en zet zig neder op zyn Schryflessenaar, ziende hem met vreesselyke opgespalkte oogen aan. Hy daar van niet weinig verzet, grypt egter dit dier en werpt het tegens den want dat het stierf, raapt het eindelyk op, en draagt het naar beneden om dit monster aan zyn vrouw (want hy was toen al getrouwd) te vertoonen, die immer zo min als hy met dit voorval in haar schik was, vreezende dat dit niets goeds beduidde, maar een voorteeken was (zeit de Schryver) dat de Kerk-Uilen hem plagen zouden, gelyk na weinige dagen gebeurde dat'er een verbodschrift wierd afgekondigd, waar in Kamphuizen en alle die van zyn gevoelen waren niet alleen den Predikstoel, maar ook het Leeraren in huizen, schuren ook in 't open Veld, op verbeurten van lyf en goed verboden werd; zedert welken tyd hy als een verbanneling hier te Land en elders in bekommertheid heeft moeten omzwerven, en zig by deze en gene van zyne vrienden verschuilen. Waarom ook