Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1718 vol 1.djvu/179

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

toonen hoe door geile vertoonselen de snoeplust word ontsteken. Petronius Arbiter verhaalt van een Jongeling die ziende op een tafereel de schaking van Ganimedes door Jupiter, en de onbeschaamde Nais, die den schoonen Hylas tot oneer aantokkelt, in deze woorden uitbrak. Doen ook de Goden zulks? en raakt daar op aan 't hollen.

By Torentius verschaft ons Chevea een even gelyk voorbeelt in een tafereel, waar in Jupiter onder schyn van eenen gouden regen Danoë verschalkt. Hierom zeide Achilles Tatius: Lib. I. de Clitophontis en Leucippes Amoribus. Al is 't dat zig een Mensch nog zoo ernstig d'onthoudinge voorsteld, nogtans word hy door kwade voorbeelden lichtelyk tot navolginge verlokt; voornamentlyk als het voorbeelden zyn der gener, van welke hy een goed gevoelen heeft: Want de schaamte van de misdaat wort dan door d'aanzienlykheid van zulke voorgangers in een vrymoedige stoutheid verandert. Dus zeide ook Donatus van zommige Dichters: hoe groote schade zy doen, wanneer ze den genen ondeugende voorbeelden voorstellen, die van zich zelven genoegzaam tot allerlei gebreken genegen zyn. En wy hebben dit stekelig vaersje op onzen Schilder gepast:

De naam van Herostraat' zal eeuwen overleven;
Om 't schendig stuk 't geen hy 't Ephezen heeft bedreven:
Als hy de Tempel van Diana stak in brand.

JOAN TORRENTIUS, stak door 't penceel de vonken
Van ontucht, listelyk de jeugt in merg en schonken. :Zyn naam blyft na zyn dood wel levend; maar met schand.


Dat de uitwerkingen van 's menschen vernuft buiten toeëigeninge niet anders als onverschillig zyn, en de toeëigeningen, en oogmerken derhal-