Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1718 vol 1.djvu/181

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

hanteerde. Dog van de Graveerkonst wil ik niet handelen, om dat die Roomsche Juffrouw Claudia Stella den roem van alle (weinige in vergelykingen van 't groot getal uitgezondert) weg draagt. Want zoo men een lyst van die alle opstelde (dat een byna onnoemlyk getal uitmaken zoude) 'k maak my sterk te konnen aantoonen dat'er van de honderd niet een tegens haar in konstige behandelinge zoude konnen ophalen. Gelyk zulks ten proef van myn gezegde te zien is aan die print welke zy naar het berugte stuk van Nicolaas Pouzyn; verbeeldende Moses, door zyn stafslag 't water uit den Rotsteen doende voortkomen, om het byna van dorst versmagte volk te laven, heeft gegraveert.

ZEGERS was een Leerling van Jan Breugel bygenaamt den Fluweelen, die in zyn vroegen tyd mede een Bloemschilder geweest is. En gelyk de Bloemen, het siersel der Lente, om hare schoone gestalte, en frissen geur van elk begeert worden, zoo werden die van SEGERS, om dat men die in den Herfst van de vyftiende Eeuw zoo schoon zag bloeijen van alle Bloemkonst minnenden graag ontfangen, zoo by gemeenen als groten, inzonderheid den Aartshertog Leopoldus: en den Prins van Oranje Frederik Hendrik, die hem voor twee van zyne stukken een groote vereering gaf. Zyn Beeltenis, door Jan Lievens geschildert, zietmen in print, die wy gevolgt hebben in onze Plaat G.

De Groote Dichter J.v. Vondel, verlokt door 't zien van DAN. ZEGERS Bloemstukken, maakte daar op dit volgende vaersje.