Wy bragten voorhenen verscheiden Konstschilders, mannen van onbesproken leven en wandel, en nu even te voren Dan. Zegers, die de Konst en het Kloosterleven te gelyk betragte, op het Toneel. Thans sluipt'er weer een ruig schaap onder de geschoore kudde. Het schynt dat het zoo effen in de waereld niet gaat. Trouwens de Tooneelen vereischen somwylen wel eens verandering van persoonen en zaken.
ADRIAAN VAN LINSCHOTEN (op de lyst der Regenten van St. Lucas Gilt, te Delf, staat zyn naam op 't jaar 1627 dus aangeschreven: KORNELIS ADRIAAN LINSCHOTEN) is geboren te Delf in 't jaar 1590. By wien hy de Konst geleerd heeft weet ik niet met waarheid te zeggen, maar sommigen meenen dat hy een leerling van Spanjolet is geweest. Immers de stalen die van hem na gebleven zyn, doen ons zien, dat hy zig beter op de Schilderkonst, dan op de wellevenskonst verstont. Want hy een los, onbesuist, en slordig leven leide, waar door hy tot armoede zou hebben geraakt, ten waar twee zusters die hy had, gestorven zynde, hem erfgenaam van het jaarlyks inkomen harer nalatenschap gemaakt hadden.
In 't jaar 1634 trok hy naar Brabant, en trouwde daar met een jong en gering meisje, dat zig geneerde met Speldewerken, maar schoon was, en goed verstant had. Na verloop van eenige jaren kwam hy met zyn Vrouw en twee Dochtertjes in den Haag wonen. Pieter van Ruiven, Konstschilder te Delf, heeft my verhaalt, dat hy hem in den jare 1677 of 78, heeft gekent, zynde toen een man van 87 of 88 jaren, met een langen ongeschoren baart. Van Linschotens konst sprekende, wist