'T schynt my toe dat Sandrart in zyne levensbeschryving der Konstschilders meer zucht tot den eenen als den anderen gehad heeft. Dat geval ontrent Rubbens, en Jordaens, door hem geboekt, (op de voorgaande bladzyde aangetekent) doet geen flaauwe schemering daar van zien. Neem, Rubbens heeft een byzonder doel daar in voor gehad, en hem die zaak zoo schoon voor gedaan, dat hy zyn oogmerk daar door bereikt heeft, kennende (door een staatkundig begryp 't geen hy bezat) de spreuk: De waarheid heeft kragt, de rede gezag, en de geregtigheid vermogen: maar die zyn zonder glans, indien de schoone wyze van voordoen daar aan ontbreekt. Zy vergult de misslagen, en bedekt de onvolmaaktheden. Eindelyk zy vermomt alles, zoo veel geeft het die hoedanigheid te bezitten; en zig daar van bedient heeft. Nogtans is dit maar een raadsel van Sandrart; want hy dit geheim zich alleen zal hebben toebetrout. En laat het zoo zyn dat hy een dubbele bedoeling hier in gehad hebbe: nogtans is aan JORDAANS groote dienst geschied; want men moet (zeit de Italiaansche spreuk) over een wyde streek van den tyd komen, om tot het middelpunt van de gelegentheid te geraken. Waarom ik ook rede zou vinden om Richard ter Brugge, in zyne beschuldiging tegens Sandrart in opzicht van de levensbeschryving, die hy van Vader Henr. ter Brugge geboekt heeft, te billiken, en op den schryver te passen de reden van Gratiaan, die zeit: Daar zyn menschen die van alles misdaden maken, niet door zucht, maar door hunnen aart. Zy veroordeelen in den eenen 't geen zy zelfs gedaan hebben, en in den ander 't geen zy willen doen. Waarom ook de spreuk zeit:
O schande, daar een meester slaat,
Dien zelf de schult aan 't voorhoofd staat.