Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1718 vol 1.djvu/199

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen


Hy was byzonder vaardig. Men verhaalt dat hy de Historie van [1]Pan en [2]Siringa, met het aankleven van dien, levensgrootte in zes dagen had afgemaakt.

Hy verstond zig niet alleen op het zeedige, maar ook op het boertige te verbeelden. Zoo d'ouden zongen, zoo pypen de jongen; en den drie Koningen avond heeft hy geestig weten te verbeelden. Men ziet daar een print van; ook van den Satyr[3] uit Ezopus, die verwondert toeziet dat de huiswaart koud en heet uit eenen mond blaast, door

  1. Pan was van het geslacht, dat de Grieken Satyrs noemen, zynde bewoonders van het wilde Woud, en Zaailanden. Hem word in 't byzonder het uitvinden van de Hardersfluit toegeschreven. Men ziet hem op oude Muntstukken verbeeld met korte hoornen, lange ruige ooren, en een bol staartje aan 't einde van de rugstreng als een Geit; om zyne bokkige geilheid, enz.
  2. Sirinx of Siringa was de Dochter van den Arkadischen Riviergod Ladon, welke voor den Boxvoet Pan, op hare schoonheid verhit, nagejaagt tot gemelde rivier, in een Rietbos herschept, zyn geweldenary ontging.
  3. De Fabeldichters verhalen van eenen Satyr, half geit half mensch, die in den kouden Winter, uit mededogen, door een huisman werd ingenomen. Wanneer dan een der huisgenooten van koude in de handen blies, vraagde de Satyr die zulks niet gewoon was te zien, wat zulks beduide; die tot antwoord gaf: Om de koude handen te verwarmen. Een weinig tyds daar naar de Tafel gedekt, en het heete moes in een schotel opgedist zynde, schepte de Huiswaard een lepel vol moes, en blies voort daar in, om zig niet te branden. De Satyr dit ziende stond verwondert en vraagde, waarom hy zulks dede. De Huiswaard zeide: Om het zelve te doen koelen. Straks stond de Satyr op, en zeide: dat hy geen gemeenschap wilde hebben met zulken, die uit eenen mond koud en heet blazen, en ging terstond weg.
    De Fabel schynd naar de letter eenvoudig, maar toegepast op dubbelhartige Menschen, dient zy tot waarschuwing, van geen ommegang met zulken te houden; om dat 'er geen staat op te maken is.