dit tot dat hy volkomen van zyne quale hersteld was. Ondertusschen naderde het Feest van Paesschen en gevolgelyk de tyd van Biegten. Toen moester het hoogste woord uit. Over zulks zy tot hem zeide: Ik moet u tot myn leetwezen zeggen dat gy moet vertrekken; om dat gy het Kerkelyke heiligdom geschonden, en die waardige bedieninge van het Heilige Sacrament veragt hebt; want ik heb de hostie voor een gedeelte op den grond onder 't ledekant gevonden, en uit dien hoofde moet gy u by tyds van kant pakken zoo gy uw uit het ongeval dat daar uit spruiten zoude wilde gered zien, want de biegt is aanstaande, en ik mag zulks niet verzwygen. 'T geen dan gevolglyk d'oorzaak was dat hy zyne ouderen te eerder weder t'huis kwam. T'huis gekomen vraagde hem zyn Vader: Wat hy van zin waare te doen; of hy nu winkel als meester Zilversmit wilde opzetten, of op een anderwys proef geven van zyne vordering in de kunst, die hy in zyne reis beoogst had. Hy antwoorde zyn Vader, die daar wel verwondert over stont te kyken; Dat hy den hamer voor 't penceel verwisselt had, en zig niet tot het Zilversmeden, maar tot het Schilderen zoude begeven. Hy deed het ook, en kwam door byzonderen vlyt en yver zoo veer dat hy den naam van een goed Schilder droeg. Ik heb van zyne werken gezien die wel geteekent en ook natuurlyk geschildert waren. Ook, uit dat voorval dat myn meester SAM. VAN HOOGSTRATEN in zyne Inleydinge tot de Hooge schoole der Schilderkonst op pag. 107. verhaald, blykt dat hy de voorwerpen natuurlyk door zyn penceel heeft weten na te bootsen.
Het jaar van zyn sterven is my gebleken uit het kantschrift van een teekening die myn meester