Sam. van Hoogstraten na zyns overleden Vaders wezen had afgeschetst. Welke teekening nu nog by den Heere David van Hoogstraten, door zyne Poëzy genoeg bekent, tot een gedagtenis zyns Grootvaders in zyn konstboek, by de beeltenissen der oude en nieuwe vernuftryke mannen, bewaart wort.
Hy is gestorven binnen Dordrecht den 20 van Wintermaand in 't jaar 1640. Zyn beeltenis zietmen in de Plaat I. onder Leon. Bramer.
Nu volgt de Konstschilder en Bouwmeester JAQUES FRANCART geboren te Brussel; maar het jaar zyner geboorte is my onbekent, aangezien Fl. le Comte, en Korn. de Bie, daar ontrent niets hebben geboekt. Dus voeren wy hem ten Toneel tusschen den jare 1560, en 1621. zynde het geboorte- en sterfjaar van den Aartshertoog Albertus, Zoon van Keizer Ferdinand den tweeden, die zyn Mecenas is geweest en hem veel gonst heeft bewezen om zyne byzondere bekwaamheden in verscheide konsten en wetenschappen. Hy was Bouw- en Vestingbouwmeester van Brussel, in welken tyd hy ook de Kerk der Jesuiten heeft gebouwd. Hy verstond zig daar en boven op de Schilderkonst, Meetkonst, Doorzichtkonst, Dichtkonst, en Wellevenskonst, welke t'zamen gepaart een man gelukkig konnen maken; want hoe groot de talenten en het vernuft eenes mans mag wezen, het zyn slegs halve talenten (zeit Gratiaan.) Maar als de Wellevenskonst daar by komt, heeft alles meer aanzien. Zy vervult alles, zelf het gebrek van de rede. Zy vergult de misslagen. Zy bedekt de onvolmaaktheid, enz. Zo veel geeft het die hoedanigheid te bezitten.
FRANCART was ook inzonderheid bemind by