Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1718 vol 1.djvu/209

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

haren minnaar, heeft Lud. Smids dit volgende vaers gemaakt:

Eerwaarde grysheid! wat zoekt gy, by naaren nacht,
Met toorts ligt, aan dit graf van Ninus? ’t is de Vader
Van Pyramus, en het is THISBES Moeder.zacht!
Hoe zullen deze twee zig houden, treênze nader?

Hier legt de minnares, in 's minnaars bleeken arm.
O t'ongelukkige, en te deerelyke lyken!
Elk wort zyn kint gewaar. Zie beider droef gekerm.
De Moeder knikkebeent. Hy stut haar in 't bezwyken:

Doch onder 't stutten, zeeg hy met de Vrouw haast neer,
Had
BRAMER hem niet, met de kragt van kloeke verven,
Gesterkt; 't bloed met een nagt gedekt, en 't moordgeweer
Verborgen in het gras; hy poogd haar zelf van sterven

Te vryen, met metaal geharnast, op dat zy
Dus eeuwig treuren in een koop're Schildery.


Men vind onder d'oude Konstschilders stalen van zulke die met hunne werken traag of langzaam voortgingen, en wederom anderen welker werken (gelyk het spreekwoord zeit) als van de hand vlogen, aangeteekent.

Protogenes nam veel tyds tot het maken zyner Konstwerken, schilderde dezelve viermaal over, om dat zy het marmer zouden konnen verduuren. Leonard da Vinsi zegtmen, dat over zyn schoone Mona Lisa, vier jaren bezig was, en 't stuk noch