Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1718 vol 1.djvu/216

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

losoof zeker gaat, zoo gevende Goden zelden Rykdommen en verstant te gelyk.

Schamen moeten zig zoo veel luye leeggangers, over het verwaarloozen van den kostelyken tyd. Doch het gaat in de waereld als het spreekwoord zeit: Die wel zouden willen, en konnen niet. Veel menschen hier toe genoegzaam van den Hemel gezegent, verzuimen die schoone gelegentheid; en eenigen die graag tot wetenschappen zouden willen komen, word door behoeftigheid, of iets anders, de tyd tot d' oeffeningen onmedogent ontrukt. Doch een onophoudelyke drift komt die klip wel eens te boven, en maakt dat zy heur doel bereikt. De spreuk van Juvenaal:

’T beurt zelden dat een Geest den hoek te boven raakt:
Die in zyn armoe naar de wetenschappen haakt;

Zeit niet, ’t beurt nooit, maar zelden. Dit zal de volgende levensbeschryving bevestigen.

In 't jaar 1597, op den 16 van Wintermaand is tot Leiden geboren PIETER PIETERSZ DENEYN, of van Neyn. Twaalf jaren oud zynde heeft zyn Vader hem besteed by een Steenhouwer, daar hy eenige jaren by bleef; maar zyn geest bekwaam tot grooter bezigheden, dreef hem aan tot het leeren der Mathematize wetenschap, en vorder tot de Bou- en Doorzigtkunde. Maar zyn ouders niet groot van vermogen, konden het hem niet volkomen doen leeren. Egter was zyn drift tot diergelyke wetenschappen zoo groot, dat, (niet tegenstaande hy dagelyks met zyne handen den kost met Steenhouwen winnen moest) hy, daar in zoo veer gevordert en toegenomen was, dat hy zelf in staat was om het aan anderen volkomentlyk