byzonderheden, die wy op haar plaats zullen te pas brengen. Welk alles my gerustheid geeft van hem daar in te mogen volgen. Maar dat hy stelt, dat, Henrik van Balen zyn eerste onderwyzer in de konst zoude geweest zyn; zoude hy, indien hy geweten had dat zyn vader een konstoeffenaar geweest waar, niet gezegt, maar die eer aan zyn vader gelaten hebben; wyl het bedenkelyk is dat hy zyn zoon van der jeugt aan naar mate zyner bevattinge in de gronden der konst zal hebben onderwezen.
En niet alleen was de vader van VAN DYK een konstoeffenaar, maar ook zyne moeder een berugte konstenaresse met de Borduurnaald. Onder hare gestikte werken wort geprezen een schoorsteenkleed, waar in zy door allerhande koleur van zyde de Historie van Susanna afgebeeld had, de Beelden van een vasten omtrek, en de vermenginge der kleuren naar den aart van elk ding, als ook den boord van 't kleed met losse ranken zoo konstig door malkanderen gevlogten, dat dit eene stikwerk alleen genoeg was om haar vernuft te roemen. Daar by word ook verhaald dat zy inzonderheid met yver daar aan gewrogt heeft, in dien tyd als zy van {{sp|ANT. VAN} DYK (wiens beeltenis hier over staat) zwanger ging. Of VAN DYK nu het onderwys van van Balen gehad heeft voor hy by Rubbens kwam, daar van is geen zekerheid; maar dat hy een leerling van Rubbens geweest is, is by allen bekend, gelyk ook dat hy zoodanig in de konst onder zyn leiding is toegenomen, dat hy hem stelde aan zyne beste werken te schilderen. Hy heeft nog by zyn meester zynde, deszelfs pourtret, dat van zyn vrouw en verscheide anderen gemaakt, als mede zommige