Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1718 vol 1.djvu/236

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

rodianus het zelve niet alleen met alle omstandigheid geboekt, maar is ook de gedagtenisse daar van levendig gehouden door de bestempelingen van dien toestel op de Keizerlyke muntstukken. Hierom willen wy ons tot de Hebreeuwen (waar ontrent het wat stilder in zyn werk gegaan heeft, en dus de Schryvers zoo niet in 't oog geloopen hebben) wenden. Onze pen thans vlot zal tot in Egipten uitweiden, om den oorspronk der wyze hunner lykbestellingen na te sporen. Leerbegerige jeugt, de Konstschool van Pictura gewyd, laat dit u tot geen last strekken.

Al 't geen dat nut geeft, moet een Leerling niet verdrieten.

De lichamen der afgestorvenen in speceryen geleit, werden met een (Sindon) wit laken omwonden, en met windels of zwachtels omwoeld van den hoofde tot de voeten, uitgezondert het hooft, 't geen met een byzonderen doek bedekt werd. Dit word van Herodoot bevestigt, daar hy sprekende van d'Egiptenaren zeit: Als zy den dooden gewasschen hebben, bewinden zy zyn gansche lichaam in een linne Sindon, met afgesneden windels. Gelyk de Joden ook voor gewoonte hebben, zeit de Evangelist Joh. in zyn 19 Hooftstuk, 't geen nader in 't 11 Hooftst. bevestigt word daar de Text van Lazarus zeit: En de gestorvene kwam uit, gebonden aan handen en voeten met grafdoeken. Gelyk wy 't dus ook in de groote Bybelsche figuuren, die door den Heere vander Mark staan uitgegeven te worden, hebben vertoond.

De Prince Radzivil die Egipten bereist, de Grafsteden met opmerkinge bezigtigt heeft, en by de