konnen verrigten met een lans, of korte worpspies. Eindelyk ten bewys dat de kruissen niet hoog uit den gront gestaan hebben, heeft men maar agt te geven op 't geen Petronius, en andere daar omtrent hebben geboekt, namelyk, dat de gekruisigden door krygsknegten bewaart wierden op datze niet van de kruissen zouden worden genomen, niet alleen terwylze nog leefden, maar ook na hun dood. De Soldaat die de kruissen bewaarde (word'er gezegt) op dat niemant de lichamen daar van aftrekken zou om te begraven. En by Plutarchus in 't leven van Cleomenes, weinig dagen daar na hebben die genen die het gekruiste lichaam van Cleomenes bewaarden enz.
'T is waar dat de Roomsche Stedehouders zig in dit opzigt hebben gevoegt naar der Joden gewoonten, en toegestaan, (verzocht zynde) dat de lichamen der gekruissigden voor den ondergang der zonne afgenomen en begraven wierden, in welk opzigt Ulpianus zeit: dat de lichamen van de genen die ter dood veroordeeld worden, aan hun Vrienden niet geweigert worden; ingevolge van het beleefde antwoord van Diocletiaan en Maximian: Obnoxios criminum digno supplicio enz. dat is: wy verbieden niet dat de schuldige behoorlyk gestraft zynde begraven worden.
Doch dit maakt niet dat de kruissen niet altyd op dezelve wyzen als van ouds hebben geweest. Daarenboven wanneer men agt geeft, dat de veroordeelden hun kruis moesten dragen of torschen naar de gerigtsplaats, gelyk dus van de Evangelisten in opzicht van de Heere Jesus is geboekt, zoo is klaar genoeg te besluiten dat de kruissen van zulke hoogten en zwaarten niet zyn geweest als vele Schilders hebben verbeeld, maar zoo datze van