Omtrent de vertooningen der Bybelsche Historien behoorde een konstschilder zig min, als omtrent de Heidensche te vergissen; aangezien dat zy doorgaans maar eenen schryver daar in hebben te volgen, daar en tegen heeft men tot de Heidensche Historien en tytgevallen zomwylen verscheide schryvers welke een en dezelve gebeurtenissen verschillig geboekt hebben, waar ontrent de geloofbaarste dienen gevolgt te worden om 't minst te doolen. Maar wel meest zal een konstschilder het spoor der waarheid misloopen, wanneer hy de Dichters daar ontrent navolgt; aangezien dat die de vryheid nemen van doorgaans de zaken te schikken naar hun oogwit, en zoo als het hun in hun kraam best en sierlykst te pas komt om het oor van hun lezers te vleyen, zonder zig eens te bekreunen of zy de waarheid of hunne eigen verdichtzelen volgen, als by voorbeelt. Herodotus verhaalt dat Cyrus in een veldslag tegens Tomiris Koningin van Scytien omkwam,
leerde Spencer zedert van gedagten geweest, dat deze groote gevaarten, verstrekt hebben tot geweide hoogten en het oppervlak voor een Altaar, waar op de Priesters oudtyds offerden; om dus nader by de Zon, die zy voer haar God eerden te zyn: en tot Grafsteden der Koningen. Isouf (schryft de Turksche Spion) heeft binnen een dezer groote gevaarten geweest, en gevonden in het midden een groot vierkant vertrek, welkers muuren van Thebaisch marmer gemaakt waren, en in het zelve een kist van denzelven steen. Buiten twyffel (zeit hy) had het lichaam van den stigter daar in geleegen. Diodorus Siculus Lib. 1 Cap.5. geeft van de ledigheid dier Grafsteeden deze rede: De minste van de lyken der Egiptische Koningen in die Pyramiden of Grafnaalden gelegt, zyn daar in gebleeven; want het volk werd door 't bouwen derzelve zoodanig belast en verbitterd, dat zy de doode lyken der Koningen daar uit wierpen; waarom sommige Egiptische Koningen zig heimelyk in onbekende plaatsen lieten begraven.