Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1718 vol 1.djvu/250

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

dat zy hem onder de Dooden liet opzoeken, den kop afslaan en den zelve in een lederen zak met Scytisch bloed gevult steken, zeggende: Bloedhont gy hebt myn Zoon en Volk met [1]list overrompelt en vermoort; zuip nu zoo veel bloed als gy kont. Welk ook de groote Rubbens dus (alleen met in steê van een ledere zak een koper bekken of koelvat met bloed te vertoonen) verbeelt heeft. Maar die den Franschen Tooneeldichter Monsr. Quinault in zyn Treurspel van Cyrus volgt, zal hem verbeelden daar hy van Tomiris in den veldslag gevangen gekregen, zig zelven door drie steken in zyn grootmoedige borst, met een degen den wagters ontweldigt, om 't leven helpt, om dus het strafschavot, reeds voor de legertent van Tomiris opgerecht, te ontgaan. Welk wy ook (niet by vergissing, maar om zyn vertaalde Treurspel door W. den Elger, te sieren) op gelyke wys hebben vertoond.

Fontenelle (en hier meê maken wy een einde van onze tusschenreede) zinspelende in zyne t'zamenspraak der Dooden, op de vryheid die de Dichters zig toematigen, merkt aan dat Virgyl Eneas met Dido paart die 300 jaren na hem eerst ter waerelt kwam: doch laat zulk doen door den sprekenden Geest van Stratonica spotswyze aldus tegens Dido verdedigen: Hy was weduwenaar, gy weduw, beide zyt gy genootzaakt geweest uw Vaderland te

  1. List: Cyrus deed een menigte vaten met wyn vullen, en week af als was hy bevreest voor de veldmagt van Tomiris, en liet die in zyn Legerplaats leggen. De Scythen, die hem vervolgden, dien drank ongewoon, slobberden daar zoo rykelyk van dat zy beschonken gins en herwaards neervielen, en in slaap raakten, waar op het leger van Cyrus zig in allereyl wende, en de Scythen doodsloeg.