Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1718 vol 1.djvu/260

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

Vader J.P. onder zyne stukken schreef.

Onverschelig was hy, en even natuurlyk in 't verbeelden van zyne voorwerpen: 't zy hy een geplaveid strand met hooge santduinen schilderden, daar in 't verschiet de scheepjes voor en agter, met malkander spelemyen. Of een stille Zee daar de Dichters Galatée in een schulp, ontvlugtende den vreesselyken Eenoog Polefemus, zonder schroom zouden durven overvoeren, of daar Eoöl door zyn geblaas de Zee beroert, en de baren aan 't woeden maakt, even als

Wanneer de Tritons (als de Strantreus zwaar verbolgen
Door spyt en minnesmart zyn Galatée vervolgen,
In 't vlugten stuiten wil, en dwingen tot zyn min)
De golven klooven met hun vinnen, om haar in
Dien nood te bergen, en met opzigt te verzellen;
Om spoedig over Zee na 't drooge strant te snellen,
Den Zeeweg vloeren voor de blonde Galatée:
Dan golven golf op golf elk naar een goede ree,
En staap'len zig gezweept, op een tot hooge bergen
Die in hun woede zelf de lucht en 't onweer tergen.
De Zeehulk gins en weer, gefoltert in dien drang,
Maakt 't scheepsvolk angstig en het hart des stuurmans bang,
Zig ziende in dezen nood geperst aan alle zyden;
Nu 't stuur niet luist'ren wil om rots en klip te myden.


JAN EN JAKOB PINAS van Haarlem schilderden Beelden en Landschappen. JAN was wel 't veerste in de konst gevordert, en heeft in den jare 1605 met P. Lastman geboren 1581 verscheiden jaren in Italien geweest om zig naar de beste voorbeelden te oeffenen. Zyn penceelwerk