gronden in de zoetvloejende beken, die hy doorgaans te pas bragt, dat zyn werk yders oog streelden. Deze had tot zyn Leerling LUKAS ACHTSCHELLINKS mede van Brussel, die een goed landschapschilder was; en zyn meesters handeling heel wel wist na te bootsen.
Dat het zaad der konst, eens in een vrugtbaren stamgrond geworpen, naderhand nieuwe spranten uitschiet, is gebleken aan den landschapschilder MARTEN RYKAARD, Broeders Zoon van den ouden David Rykaards. Zyne handeling zweemde na die van Joos de Momper.
Nu stelt zig voor onze oogen ANDRIES VAN ARTVELT van Antwerpen. Deze was fraai in 't schilderen van water, inzonderheid van onstuime Zee, tempeesten daar de zoute plas door het bulderend geblaas van Eolus, het Zeeschuim tot aan de zwarte wolken opjaagt, tegen de schitterende blixemstralen;
’T geen ARTVELT heeft zoo fraai geschildert naar het leven
Natuurlyk, kragtig, en zoo na de konst verzoet,
Of hy van Jongs af aan op zee was opgevoet.
Hy heeft nevens andere zyne tydgenooten d'eer gehad dat zyn Beeltenis door den grooten A. van Dyk in 't koper gebragt is.
JAKOB VAN ES, mede een Antwerpenaar, schilderde heel natuurlyk, Visschen, Vogels, Bloemen, inzonderheid alle soort van smakelyke Vrugten, waar op dit vaersje ziet: