Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1718 vol 1.djvu/264

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

........ Want ziet de Muscadellen
Hoe levendig zy staan; men zou haar kernen tellen.

Zyn Beeltenis is in print, van W. Hollar gesneden.


GUILIAM EN GILIS BAKKEREEL, schilders van Antwerpen, waren twee gebroeders, gelyk in naam maar gans verschillig in aart, geneigtheit en verkiezinge hunner konsthandelinge. Want de een was een landschapschilder, de ander had zig tot het schilderen van groote Beelden gezet.

De een hield altyd den spot met 's Waerelds yd'le pragt,
Maar d'ander heeft te meer den staat en d'eer geagt.
Zy bleven naa hun dood gescheiden van malkand'ren.
D'een stierf te Romen, en t'Antwerpen stierf den and'ren.

Daar is geen geslagt bekend waar onder de konst zoo vele jaren agter een heeft gebloeit als het geslagt der Bakkereelen. Van ouds af heeft'er altyd een of twee te Romen gewoont; en de laatste was niet gestorven, of'er trok straks weder een stuk of twee van Antwerpen na toe, om de plaats te vullen. Sandrart verhaalt: dat hy'er in zyn leven 7 of 8 van gekent heeft, die veel geld door hun konst wonnen, maar ook alles weer in vrolykheid verteerden.

JOANNES WILDENS was een landschapschilder van Antwerpen. Zommigen hebben hem den naam van Portretschilder gegeeven, misleid door dit volgende vaersje: