Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1718 vol 1.djvu/280

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

gang gestuit; want tot Atrecht kwam hy gevallig by eenen Peeter Mathys konstig Glasschilder, daar hy zig ophielt ontrent een en een half jaar, in welken tyd hy gelegentheid had om veel fraje werken te helpen maken. Van daar trok hy naar Parys, daar hy een heel bekwaam meester in 't Glasschryven, Chamu genaamt, aantrof, daar hy eenigen tyd bleef en toen weer naar zyn geboortestadt geraakte, alwaar hy als meester in die konst de zelve met vlyt en yver voortzette; nogtans altyd by zig zelven onvergenoegt, wyl dit doen hem te gering scheen te wezen. Dit was de regte slypsteen om zyn brein te scherpen tot grooter ondernemingen; te meer werd dit voornemen in hem opgewakkert, toen hy gelegenheid had van met Kornelis Poelenburg om te gaan, en hem te zien schilderen, welke aangename en bevallige handelinge zyn gemoet zoodanig trok dat hy onveranderlyk by zig zelven besloot, tot het schilderen in Olyverf over te gaan, en op de handeling van Poelenburg zich te zetten. Dog dit sleurde nog al een tyd lang, zelfs na dat Poelenburg al was naar Engeland getrokken. In 't jaar 1637. heeft hy het Glasschilderen nog al gehanteerd, doch in het jaar 1639 ontsloeg hy zig geheel daar van, yverende dagelyks zonder onderwys, en bracht het zoo ver dat de tyd zyn roem niet ligt zal afmaajen. Hy was geboren t'Utrecht in 't jaar 1603.

De nieuwe Kerk tot Amsterdam pronkt nog heden neffens het Koor met drie van zyne konstig beschilderde kerkglazen. Men ziet daar in verbeelt hoe de Vrede den Oorlogsgod Mars boeit, en kluistert, en den Kryg en zynen aanhang vertreed. Hoe de welvaart van zee en lant bloeit,