Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1718 vol 1.djvu/309

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

zoo in zyne schilderyen als nog meer in zyn geëtste printkonst, daar het opgemaakte ons een denkbeeld geeft van al 't fraais dat wy van zyne hand gehad zouden hebben, ingevallen ny yder ding naar mate van het beginsel voltooit hadde, als inzonderheid aan de zoo genaamde honderd guldens print en andere te zien is, waar omtrent wy over de wyze van behandelinge moeten verbaast staan; om dat wy niet konnen begrypen hoe hy het dus heeft weten uit te voeren op een eerst gemaakte ruwe schets, gelyk blykt dat hy gedaan heeft aan het pourtretje van Lutma dat men eerst in ruwe schets, daar na met een agtergrond en eindelyk uitvoerig in print ziet. En dus ging het ook met zyne schilderyen, waar van ik 'er gezien heb, daar dingen ten uitersten in uitgevoert waren, en de rest als met een ruwe teerkwast zonder agt op teekenen te geven was aangesmeert. En in zulk doen was hy niet te verzetten, nemende tot verantwoording dat een stuk voldaan is als de meester zyn voornemen daar in bereikt heeft, zoo ver dat hy om eene enkele parel kragt te doen hebben, een schoone Kleopatra zou hebben overtaant. Een staal van zyne koppigheid omtrent diergelyke wyze van behandelingen schiet my te binnen. 'T gebeurde dat hy een groot pourtretstuk onder handen had, waar in Man Vrouw en Kinderen stonden; dit stuk ten deelen afgemaakt, komt onverwagt een aap dien hy had te sterven. Hy geen anderen doek gereed aan de hand hebbende, schildert dien dooden aap in 't gemelde stuk, daar die luiden veel tegen hadden, niet willende dat hunne pourtretten by dat van een afschuwelyken stervenden aap zouden te pronk staan. Maar neen: hy had zoo veel liefde voor dat model van den dooden aap dat hy