Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1718 vol 1.djvu/316

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

en voeglyke werking onder malkander; om het model voor of daar na te schikken eer men tot het na 't leeven schilderen komt. Zonder dit staat al het werk op losse schroeven. Ik zal eens een voorbeeld van een minder beslag voorstellen. Om daar nu de proef op te maken, zeg ik: 'T is nootsakelyk datmen in de Academie naar 't leven teekent; dit zal ieder met my toestemmen, en licht daar byvoegen: datmen uit het leven, het leven leert kennen. 'T schynt fraai gezeit, Lezer, maar oordeelt niet te voorbarig; want de meeste van de jeugt die hier in Holland naar 't naakte leven teekenen, teekenen zonder dat het hun nut doet; om dat zy een zeker oordeel en kundigheid missen, dat voor af moet gaan, zoo zy de vrugt van het naar 't leven teekenen willen genieten: Hier in bestaande, I. Dat zy zig niet genoeg gewennen het naateekenen van fraaije Italiaansche en andere Printen en teekeningen. II. Dat zy zig niet genoeg bevlytigen in het naateekenen van pleister, gevormt naar de fraaiste antique, als ook boetzeerzels van de geagtste meesters, zoo veer, dat zy hier door het schoone van het gemeene leeren onderscheiden. III. Dat zy de Menskunde in den grond niet verstaan, dat is al de spieren in het menschelyke lichaam niet kennen; om te weten hoe deze en gene spieren door beweging en rekking der armen of beenen van vorm veranderen, daar een pranging is opzwellen, daar een rekking is weder in een langwerpige of hoekige gedaante verkeeren. Het spreekwoort: men moet beslagen ten ys komen, komt hier te pas. Want zonder deze voorbereidselen kan 'er niet een voetstap in de konst gevordert, nog het oogmerk dat men voor heeft met naar 't naakte leven te teekenen bereikt worden. Wilje nu de rede weten waarom? de men-