van Antwerpen, M. Musscher, G. Schalken, G. Laires, A. vander Werf, K. de Moor, en Vander Neer, hangt, om de kragt van 't schilderen gepreezen.
Dus veel oordeelen wy genoeg gezeit te wezen aangaande zyn penceelwerk. 'T lust ons (schoon zyn levensrol zig al vry wyd en breed heeft uitgestrekt) nog van zyn natuurlyke en onnavolgelyke etskonst wat te zeggen, 't geen alleen genoeg zoude geweest hebben om zyn roem op te houden. Van deze zyner ettelyke honderden onder de printkonstlievenden bekend, gelyk ook geen minder getal van schetzen met de pen op papier, waar in de driften van 't gemoet ontrent allerhande voorvallen zoo konstig en duidelyk zig in de wezenstrekken vertoonen dat het te verwonderen is. Toren, haat, droefheid, blydschap, en zoo voort, alles staat zoo natuurlyk afgebeelt dat men uit de pentrekken lezen kan wat elk zeggen wil. Onder vele die onder die menigte uitsteken is de verbeeldinge van Christus laatste Avondmaal 't geen ik by den konstminnenden vander Schelling heb gezien, thans in handen van meergemelden Heere Will. Six, het geen meer als twintig Ducatons waard geschat word, schoon het maar een enkele schets met de pen op papier is. Waar uit men besluiten moet: dat hy magtig is geweest op de beschouwinge der menigerhande gemoetsdriften, zig een vast denkbeelt in te drukken.
Veel geestige Historien, Beeltjes, Pourtretjes, en een menigte van Manne- en Vrouwe-Kopstukjes zyn door hem met de naald ten eersten, en vele onder die heel uitvoerig in koper geetst, die tot genoegen der liefhebbers door den druk verspreit zyn.