Engeland scheepte naar Venetien, daar hy door den Konstschilder Jan Lis anders Pan, en Nicolaas Ringnerus verwelkomt werd, als ook geleid om al het fraai dat Venetien bezit, te zien, inzonderheid de weergalooze konstwerken van Titiaan, en Paul. Veronees in de Kerk van St. Sebastiaan.
Van daar vertrok hy naar Bolonie daar hy minnelyk ontfangen werd van Mich. le Blon vermaard Plaatsnyder, zyn vollen Neef van Vaders kant, dewelke hem verzelde eerst tot Florence, en daarna tot Rome, daar hy onder de Konstschilders verscheiden vond welke hy kende, als onder andere Piet. van Laar, of Bamboots, met den welken hy wel meest omgang hielt.
De eerste stukken die hy te Rome maakte, waren Hieronimus, en Maria Magdalena, welke door den Kardinaal Barbarini gekogt, ten geschenk gezonden werden aan den Koning van Spanjen, naderhand een Altaarstuk in de Kerk van de Heilige Maria, verbeeldende de 12 Misterien van den Rozekrans, waar door zyn naam berugt werd. Zoo dat als toen de Koning van Spanjen gelast had 12 stukken schildery van twaalf der voornaamste schilders die te Romen gevonden werden te koopen, hem gezonden wierden een van Guido, Guerchin, Josepin, Massimi, Gentileschi, Pietre de Cortone, Valentin, Andre Sacchi, Lanfranc, Dominikin, Poussin, en een van Sandrart.
Naderhand gaf hem den Hartog Justiniaan het bewind over de graveerders der beelden van zyn Galery.
Eenige jaren te Romen in 't oeffenen der konst besteed hebbende, vond hy zig geneigt om andere steden van Italien te bezien. Tot dien einde