Ingolstadt in 't Hartogdom van Neubourg te beurt viel. Maar bewust dat het Lanthuis en de Lustgaarden byster vervallen waren, verkocht hy al 't gene hy tot Amsterdam bezat, zoo van schilderyen, teekeningen als andere fraigheden, te weten aan gemelde Spieringer 2 Boeken met Italiaansche Teekeningen voor de somme van 3500 gulden. Noch is in een openbare verkoping voor zyne Teekeningen gekomen 4555 gulden, en van zyne Schilderyen 40566 gulden, om het zelve weder te herstellen. Maar toen het naauwlyks was herbout, en de Landeryen in staat gebragt om vrugten te geven, werd het ten eenemaal verbrand door de Fransen. Doch hy boude het zelve weder op, schooner dan het geweest was, en beducht voor een tweeden inval, verkogt het, en ging zig nederzetten tot Augsburg, daar hy vele konstwerken voor Maximiliaan Keurvorst van Beijeren, en Keizer Ferdinant (die hem een goude keten met een medalje vereerde) gemaakt heeft, als inzonderheid verscheiden Martelisatien van Heiligen, en de vindinge van 't Heilig Kruis[1] door Helena[2] te Brinna in Moravia.
- ↑ Sulpicius Serverus verhaald deze wonderbare Kruisvinding dus: Dat Helena, boven gemelt, in 't omgraven van den heuvel, of slechten van den Berg Kalvaria, om een Tempel op die plaats te stichten, drie kruissen vond, van welke zy door openbaring het Kruis van Jesus, hier door uit die der Moordenaren wist te onderkennen, dat een doode door het zelve aangeraakt, aanstonds levendig wierd: hoedanig een vermogen in de andere twee kruissen niet gevonden werd. Dit zouw volgens des schryvers zeggen voorgevallen zyn in 't jaar 326 na Christus geboorte.
- ↑ De Vrouw van Flavius Valerius Constantinus Chlorus, en Moeder van Constantyn den Grooten geboren in Brittanje in 't jaar 272 na de geboorte van Christus.