Wanneer zyn waarde hand een proefstuk toont........
Dit gaat een toon te hoog.
De marmere beelden (de schilderyen zyn door de tyd uitgewist) welke uit Griekenland naar Romen vervoert zyn, zyn stalen die onwedersprekelyk toonen dat de Konst te dier tyd tot den hoogsten top geklommen was.
Al 't geen d'ouden tot roem derzelve geschreven hebben voor blaaskakery te achten, en QUELLINUS konst zoo hoog op te heffen, dat niets van al 't geen d'oude konstenaars berugt gemaakt heeft daar by ophalen kan, schynt my wat naar snorkery te zweemen. Had de Bie gezeit: dat QUELLINUS konststukken in Konst en kragt, dat waard geschatte tafereel dat St. Lucas naar de Heilige Maria geschildert, veer overtroffen heeft, dewyl het tegen de zyne niet konde ophalen, 't waar liCHter te gelooven; want het is gebeurt dat aan een konstkenner een tafereel van St. Lucas geschildert (zoo men voor gaf) vertoont wierd, die het zelve met aandagt beschouwende, eindelyk zeide: Lucas, Lucas! wat zyt gy gelukkig dat gy dood zyt; want zoo gy thans leefde, en den kost met schilderen winnen moest, gy zoud naau droog brood konnen verdienen.
Het eerstgemelde stuk van St. Lucas was in dien tyd, als myn meester S. v. Hoogstraten aan 't Hof te Weenen was, zoodanig door ouderdom uitgesleten, dat het zyne kraCHt byna geheel verlooren had: om welke rede Keizer Ferdinant het hem deed copieren. Maar waarom getwist? onze schryver is een Dichter, en de Latynsche spreuk van Horatius gelt hier: