Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1718 vol 1.djvu/368

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

MANS te gelyk. Sulks als men ziet dat zy de Schilderkonst, graveeren in koper, 't beeldsnyden, en Bootseerkonst verstond, inzonderheit ook de Taalgeleertheit en Godvrucht bezat. Men met reden besluiten moet dat de milde natuur, of om beter te zeggen de schikking des Hemels, heeft gewilt dat alle gaven van 't vernuft in haar te gelyk zouden uitsteken.

Zy is geboren te Uitrecht in 't jaar 1607. tot grooten luister dier Stadt. Met haar 3 jaren kon zy onderscheidentlyk lezen, en op haar 6 jaaren konstig met de schaar velerhande dingen snyden. Met hare jaren groeiden haar begryp, geneigtheit en zucht tot geleertheit, en geagte wetenschappen, rustende zy niet voor zy hare beooginge verkreeg; waar omtrent zy zonder voorbeelt gelukkig was, om dat zy een vernuft bezat dat fix alles begreep, een geheugen dat zonder missen alles onthielt, en handen die tot alle behandelingen zig wisten te voegen. Wy hebben haar beeltenis konstig geetst en voort met het graveeryzer opgemaakt, op haar XXXIII jaar CIɔ . Iɔ CXL. door haar zelf in koper gebracht met dit Latyns vaers:

Cernitis hic picta nostros in imagine vultus:
Si negat ars formam, gratia vestra dabit.

Dat is:

Gy ziet myn wezen op dit tafereel gemaalt.
Uw gunst voltooit het werk, indien'er kunst aan faalt.

Welke printverbeelding wy voor d'andere hebben gekeurt om na te volgen in de Plaat M boven aan, staande op het voetstuk, welk het Tafereel schraagt, Pallas vogel.