weer naarstig te schilderen, en FRANS deed groote winst met zyn penceelwerk; aangezien alle liefhebbers even gretig waren om wat van dien nieuwen meester (daar FRANS alleen bezitter van was) te hebben.
Dog dit duurde niet lang, aangezien sommige van zyne meedeleerlingen, welke agter dien geheimen handel van FRANS, als ook agter den prys gekomen waren, hem dagelyks opstookten, zeggende: dat hy een groote zot was, indien hy zig langer dus door zyn meester liet blintdoeken. Dat hy te groote meester in de konst was, en al te groot voordeel aanbracht, om zoo slecht behandelt te worden. Zy rieden hem eindelyk andermaal uit de slaverny te ontvluchten, en zig naar Amsterdam te begeeven, alwaar zy wisten dat zyne stukken tot een hoogen prys verkocht wierden. BROUWER nam zyn slag waar als FRANS uit was, en peurde voort naar Amsterdam, zonder zig van eenig bericht aan den eenen of anderen konstminnaar te voorzien. Zulks hy daar gekomen zynde niet wist tot wien hy zig zoude wenden: maar vernemende naar eenig konstkooper of ymant die handel met schilderyen dreef, geraakte hy by eenen van Zomeren toen waard in 't schilt van Vrankryk, die in zyn jeugt de konst geoeffent had, en zelf een Zoon had HENRIK VAN ZOMEREN genaamt die fraje Historien, Landschappen en Bloemen sehilderde. Deze nam hem in, en zette hem te schilderen. Hier kreeg onze BROUWER een vetter keuken dan hy gewoon was te hebben, 't geen hem wonder wel geleek, en naderhand verklaarde oogen, om de waardy van zyn penceelkonst te zien. Nu schilderde hy met grooter lust en yver ee-