Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1718 vol 1.djvu/392

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

JAKOB BAKKER (want die volgt nu) is geboren te Harlingen, maar heeft den meesten tyd zyns levens te Amsterdam doorgebracht. Joach. Sandrart gedenkt aan hem in zyn Duitsche Academie, doch zonder eenig tydmerk. Hy is gestorven in den jare 1638. op zyn dertigste jaar als uit dit vaers af te leiden is, 't welk zeit: dat hy

Was dertig jaren oud als hy ley 't leven af;
Als hem de bleeke dood kwam rukken in het graf.

en dus geboren in 't jaar 1608. Volgens schryven van K. de Bie. Maar onder zyn Beeltenis door T. de Keyzer geschildert, en door Theod. Matham gesneden staat: OBIIT XXVII AUG. Anno MDCLI. ÆT. XLII. by gevolge geboren in 't jaar 1609. welk afbeeltzel van ons gevolgt, wy vertoonen in de Plaat M nevens Rembrant. Hy is berucht geweest, inzonderheit van wegen 't schilderen van Pourtretten, welke hy konstig, met een goede gelykenis en vaardig opmaakte.

'T is byna niet te gelooven 't geen van zyne uitstekende vaardigheit 'in 't schilderen verhaald word, namelyk: dat hy een vrouw van Haarlem gekomen om uitgeschildert te worden, met kraag, kleederen, twee handen levensgroote ruim halverwegen en wel geschildert, op eenen dachg voltooide, en zy met het stuk voor den avont naar Haarlem vertrok.

Hy heeft ook by de Konstbeminnaars veel roem behaald met het schilderen van Historien, tot schoorsteenstukken, als anders.

Jan Vos heeft op een zyner Konststukken verbeeldende een Harderin, die van Chimon begluurt word, geplaatst in de groote zaal van Abrah. van Basse, dit volgende vaars gemaakt: