In zyn kamer, zoo hy maar
Opsla deze konstpapieren,
Zoo vol levens, zoo vol zwieren,
Dat natuur by wylen daar
Stom staat, toornig, en verbolgen,
Over dat, en over dit,
Over zwart, en over wit,
Ligt en schaduw, snel in 't volgen
Van haar wezen: kan de kunst.
Kan de hand van dezen trekker
My dus volgen tot den Nekker?
Heeft hem Pallas met haar gunst
En genade dus bescheenen?
Zeker laat de vlugge Faam
Dan braveeren met zyn' naam:
Laat hem dan zyn' naam vry leenen
Van het LEVEN: want hier leest
Wat hy trekt met duim en vingeren,
Los en levendig in 't slingeren,
Dat de bladen leven geeft.
Wien verdriet het op dees blaren,
Dus den Rynstroom op te vaaren?
KORNELIS ZACHTLEVEN, de broeder van HERMAN, schilderde konstig gezelschappen van boeren en soldaten. Ik heb Kordegaarden met soldaten van hem gezien, elk in zyn byzonder bedryf natuurlyk los, en geestig geschikt, en geschildert. Daar drie of vier speelende met de kaart, ginder weer die met malkander zitten te kouten, of een pypje onder den schoorsteen smooken, op de wyze van Adr. Brouwer. Dog doorgaans ziet men dat hy op den voorgrond byeen geschikt heeft allerhande soort van krygsgereedschappen, als vuurroer, degen, piek, hellebaard, vaandel,