Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1718 vol 1.djvu/414

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

hy gewoon was, naar de markt of elders, dat juist deze Juffrou als of 't wezen wilde; dwars over zyn weg komt. Hy neemt kort beraad, roept, hem: hem Juffrou. Die daar op stil staande, van Leendert Oom met bestorve lippen haar paspoort kreeg, met deze woorden: Juffrouw daar gister avond af gesproken is daar zal niet in gedaan worden. Heel wel, myn Heer, antwoorde de Juffrouw, en daar mee groetten zy malkander. 't Is zedert onder dat geslacht altyd gehouden voor een spreukje: Daar gister avond af gesproken is, daar zal niet in gedaan worden. Hier meê eindigde dit klugtspel.


Hoe door verscheiden wegen en toevallen vele tot de konst gekomen zyn, heeft van Manderen na hem S.v. Hoogstraten door verscheide opmerkelyke voorbeelden aangewezen; onder welk getal ook de konstige Scheepteekenaar
WILLEM VANDEN VELDE wel mag betrokken worden. Hy werd tot Leiden geboren in 't jaar 1610. en tot de Zeevaart geneigt, vond naderhand gelegentheid om in dienst van den Staat met een Zeejacht de Oorlogsvloot in dien tyd te verzellen, en door af- en aanvaren berichten over en weer te brengen.

Hy die nu den Scheepsbou, en der zelver toerusting in den gront verstont, ondernam door de pen allerhande zoo groote als kleine vaartuigen op papier en gewitte paneelen te teikenen, zelf Admiraalschappen en heele vloten volgens het Zeegebruik in 't zeilen te verbeelden, en dus aan de Staten een zichtbare vertooning nevens zyn woorden tot verslag te geven, welke hem byzonder daar voor loonden, gelyk hy ook tot hun dienst daar toe gehouden werd. Als Opdam in 't jaar 1665