Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1718 vol 1.djvu/434

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

Dat pallas u die konst kwam schenken,
En boven alle Vooglen mint.

Dus is het ook geleegen met de Konstschilders, zommige zetten zig tot het verbeelden van grootse en deftige waereltche gevallen: andere leggen enkel toe op klucht. Dav. Teniers heeft meer als eens zulk huisselyk bedryf, als het spinnen en diergelyke soort van handwerk door Apen verbeeld, zoo geestig dat die alzulk tafereel beschouden zig van lachen niet onthouden konden, terwyl zy onder die verbeeldingen, het menschen levensbedryf zoo geestig zagen afgeschetst. Ik heb een soldaten kortegaard door Apen van hem verbeeld gezien, en een weerga tot het zelve, waar in verbeelt werd een misdadige, die voor zyn Hopman te recht gesteld word. Deze Rechter zat in een kindere kakzetel zoo parmantig als een Boere Schout onder zyn Dorpraaden te pryken in de Nacht, gelykerwys de ouden plegen te vonnissen. Zyn Gerechtsstaf vertoonde een lange Bengaalze geschilderde Tabakspyp: voor den zelven verscheen de misdadige, die zoo eenvoudig langs zyn neus heen zag, als of hy 't niet had konnen gebeteren: Hy wert van twee Apendienders geknevelt met soldatelont, weerzyds vast gehouden, tusschen deze en den Richter stond de beschuldiger met een lange gefronste bek, als de verkens het stroo eeten. Vorders was het soldateleven, de gantsche toestel, en elk op zig zelven zoo potzig gekleed en toegerust, in deze tafereelen vertoont, dat zelf een Kato zou gekokermuilt hebben, zoo hy zulks gezien had. Dus konnen ook de menigerhande potzige vertooningen van den koddigen Jan Steen, van wien wy in 't vervolg stalen zullen aantoonen, de aanschouwers doen lachen.