Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1718 vol 1.djvu/437

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

moet verzellen, om de menigerhande gemoetsdriften die in zulk een vertooning zich opdoen. De moet des Triumfeerders: Zenobiaas stantvastig en onverzetbaar gemoet, in haar wisselvallig lot, waar van zy al voorens gezegt had, dat zy daar in niet konde overwonnen worden: de beweeglykheit der genen welke haar ongeval bejammeren: Anderen zyn 'er weer die haar val met een grimlach beschouwen, wanende dat de luister der verwinning als erfpacht Rome alleen toekomt.

Of Martius Coriolanus, daar zyn Vrouw en Moeder (bewogen door 't gekerm en de tranen der Romaninnen) hem te voetvallende smeeken, dat hy dog het verwoesten dier Stadt en volk staken wil: en daar tegens over Martius in dien toestant, dat hy niet weet tot welken kant, of tot zyn staatzuchtig voornemen of tot het verzoek van zyn Vrouw en Moeder, hy overhellen wil.

De Schilder kan zig daar in ook een ander tydstip voorstellen, of verbeelden (als by voorbeeld daar de Dichter zeit:

Hy heft zyn Moeder op, omarmt zyn Vrouw....)

zyn grootmoedig voornemen in zyn krachtigste drift gestuit. In afstant buiten de Legertent van den Veltoversten, kan men ook Roomsche Kerkmeesters en Priesters, (het gezantschap dat hy gehoor weigerde, en 't geen een wezentlyk deel van de kenbaarheid van die Historie helpt uitmaken) vertoonen, als verlangende wat uitslag de voorspraak van Volumnia en Virginia tot behoudenis der Stadt geven zal, en Rome in 't blaau verschiet.

Of verbeeld Berenice, daar zy door last van den Roomschen Raad geboden het Vorstelyk Hof