Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1718 vol 1.djvu/439

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

neemt, het treurspel door Racine berymt te doorlezen.

Of heeft een Konstschilder lust tot verbeeldingen die van een stilder aart zyn, en waar in de gemoetsdriften zoo kragtig niet doorsteken, hy maale op zyn tafereel den Macedoner waereltvorst, daar hy aan Apelles tot belooning voor zyn konstwerk zyn geliefde Campaspe schenkt. Hy verbeelde Alexander als den voornaamsten persoon in 't midden van 't stuk, Apelles nevens hem, die hy zyn schoone aanbied, houdende met zyn linkerhand de rechterhand van Apelles, en wyzende met de andere op Campaspe, die op een pragtige zetel gezeten, verbaast over dit vremd voorval Apelles aanziet, die zig voor over bukt, en Alexander met een eerbiedig en neêrgeslagen wezen zyne dankbaarheit voor het waardig geschenk te kennen geeft.

Zeker een zeltzaam voorval; dog ik wil het den Lezer te rade geven, wie van beide, of Alexander, of Apelles best by dezen handel gestaan hebben? immers dit is 'er van, dat de meeste Konstschilders thans liever zouden willen dat hun Konstwerk met harde Ducatons geloont wierd, dan met een halfslete Hofpop.

Doch dit overgeslagen zeggen wy, om den afgebroken draadt van onze redenvoering weer t'zamen te knoopen:

Indien nu zulke of diergelyke verbeeldenswaardige gevallen (gelyk 'er by menigte in de oudtydse schryvers zyn) met hunnen vereisten zwier, en onderscheiden gemoetsdriften door vaste en kenbare wezenstrekken, door een penceel van zulk vermogen als dat van Jan Steen, was afgemaalt, in die uiterste uitvoerigheid en kracht als dat van Gerard Dou, en aan elk deel in 't byzonder zoo veel tyd en ge-