Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1718 vol 1.djvu/63

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

van Maximiliaan daar een welgevallen in kreeg, hem in zyn dienst nam, en naar Italien zond, om de geagtste Antiquevoor hem af te teekenen. Wedergekeert, maakte hy veele roemwaardige werken voor den Keizer. Hy stierf aan 't Hof, en had eer en goed vergaderd.


De geenen welker levensbedryf Karel van Mander maar ten deele heeft beschreven, hebben wy als maar gedoodverfd aangemerkt, en zullen nu, na voorgaande overleg, de hand daar aan leggen, om zyn tafereel daar 't gebrekkig is; op te maken. Onze pen zal tot penceel verstrekken, om 't geen ingeschoten, en duister is, door een vernis op te helderen, op dat elk in het byzonder, duidelyk en klaar gezien mag worden. De eerste die na orde van jaren in de hand komt, is

JOHANNES SNELLINKS. Karel van Mander noemt hem Hans Snellink, en spreekt, in 't leven van Octavio van Veen, aldus van hem: Daar is te Antwerpen een uitnement Schilder, gebooren( zoo ik 't wel heb) te Mechelen, wonder fraai in 't verbeelden van Historien, en Bataljes. Hy is van Princen en Heeren dikwils gebruikt geweest, om Nederlandsche veltslagen te schilderen, en wist heel eigentlyk het krygsvolk, hier en daar door den damp van 't buskruid bewolkt, te verbeelden. Hy mach nu1604. een man van 55 jaren wezen. By gevolg geboren 1549. Meer weet ik ook niet van hem, als dat de groote van Dyk, hem van wege zyne Konst heeft waardig geacht, onder de beste Konstschilders te stellen, en zyn beeltenis door eigen hand af te malen. Gelyk het zelve ook onder die, welke in print uitgaan, getelt word. Ik heb hem in de PLAAT A boven aan plaats ingeruimt. My is nooit van zyne werken, maar wel de roem van de