Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1718 vol 1.djvu/96

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

van een Hemelsche afkomst is, volgens de Bybelspraak in het Boek des Uittogts, daar Mozes wel uitdrukkelyk in den naam van JEHOVA, van Bezaleél den Zoone Ury, en Ahaliab zeit: Dat hy haar heeft vervult met den geest van wysheid, verstand en kennisse, om allerley konstige werken te maken enz.

Doch dit alles overgeslagen, RUBBENS, na dat hy zich van 't onderwys van gemelde Leermeesters bediend had, verkoor eindelyk weer OTTO VENIUS, niet om dat hy een grooter Konstschilder was als de vorige; maar om zyn groot verstant en vernuftige bespiegelingen, tot dat hy eindelyk door zyn uitstekenden vlyt, goed onderricht, en hulp van zyn vernuft zoo ver in de Konst gevordert was, dat zyn werk met dat van zyne onderwyzers om den prys dong.

Kort hier op bekroop hem de reislust, waar op hy zich begaf door Vrankryk naar Italien; alwaar hy eenige jaren zyn verblyf hield; zomtyds schilderde, en voorts zyn tyd doorbragt; om alles dat te Romen, zoo van Beeldhouwery, als Schilderwerk, uitsteekt in schoonheid van omtrek, en behandeling naauwkeurig, en met opmerkinge te bezien.

Hy begaf zich in den zelven tyd na Venetien, tot de School van Titiaan, (toenmaals den voornaamsten hoogvlieger in de Konst) en maakte kennis met een Edelman van den Hertog van Mantua, die hem uit des Hertogs naam verzocht, als Edelman, en Schilder in deszelfs dienst over te gaan: welk verzoek hy inwilligde en aannam, om dat 'er te Mantua uitstekende Schilderyen van de geachtste Konstschilders waren. Hier onthield hy zich een tyd lang, maakte zich by den Hertog