op de markt naar menschen zoekt, kocht, en den aanleg van het stuk byzonder prees. Dat gemelde Sandrart zyn dienst aan Rubbens aanbood, om terwyl zyn meester Honthorst onpasselyk was, hem vorders te geleiden, eerst by A. BLOEMAART, daar na by KORNELIS POELENBURG, voor wiens Konst hy veel agting betoonde, en verscheide stukjes aanbesteedde, gelyk hy zoo by ieder Konstschilder in't byzonder deed. Van daar vertrok hy naar Amsterdam, daar Sandrart hem verzelde, alwaar hy veertien dagen doorbragt, om alles te bezien.
Hier benevens had hy ook een zonderlinge zucht tot alle soorten van wetenschappen en konsten, zelfs tot de taalgeleertheid. Hy zelf was geoeffent in verscheiden talen: daar by uit eigen aart welsprekent, en zyne uiterlyke wezenstrekken vertoonden de inwendige gaven van zyne eedle ziel, overzulks hy van wegen zyne bekwaamheden, van Philips den IV, Koning van Spanjen, voor wien hy veele roemwaardige werken gemaakt heeft, om eenige byzondere verrigtingen wierd gezonden aan het Brittannische Hof: en du Pilé voegt 'er by, dat dit door de Infante, die hem gunst bewyzen wilde, zoo by Philips bekuipt was; dat hy, in de waardigheid als Ambassadeur naar 't Engelsche Hof gezonden wierd. Hy verhaald vorder hoe Karel de eerste Koning van Engeland, hem beleeft ontfing, en hem in tegenwoordigheid van 't Parlement een present deed van een Degen en Cordon, bezet met diamanten, waardig twaalf duizent Ryksdaalders. Waar op hy weder naar Spanjen vertrok, om rekenschap te geven van zyne verrigtinge aan zyn meester, van wien hy groote geschenken kreeg. Dog anderen gelooven dat dit wel ten meerendeele geschiedde, om RUBBENS daar door gelegenheid te geven van den