vernuft en uitstekende konst alom in Rome bemind wiert, en de handen zoo vol werk kreeg dat ’er geen eind aan scheen te zullen wezen. Des hy na het verloop van twee Jaren (gedreven door liefde tot zyn Vrouw) aan den Kardinaal Pamfilio, (in wiens dienst hy toenmaals was, meermalen verzocht een reis naar Hollant te mogen doen; om zyn Vrouw en Zoon die hy daar gelaten had te mogen zien. Maar dit alles kon niet helpen by den Kardinaal, die hem by uitnementheit beminde, en om hem van zyn voornemen te verzetten hielp in dienst van den Paus Innocentius, voor wien hy een groot werk maakte, waar toe hy nog verscheide anderen in zyn dienst had. De een en de ander bespeurende zyne geneigtheid, droegen hem voor, dat hy zyn Vrouw zoude tot Rome ontbieden. Dit maakte hy werkstellig door verscheiden brieven, met betuigingen van zyn groot verlangen, met verzekeringen dat zy daar welkom wezen zoude, en hoe de Paus, en Kardinaal beloften hadden gedaan van aan zyn Zoon dienst te doen, en hem te bezorgen met een ampt. ’t Een en ’t ander deed haar besluiten, om te schryven aan haar Man, dat zy op zoo een tyd, en met zulk een Schipper op Rouaan meende te varen, en van daar haar reys voort te zetten naar Rome.
Zoo haast als deze blyde tyding kwam, werd ’er straks aan alle Nunciussen en Gouverneurs van al die plaatzen die zy moest doorreizen geschreven, om haar buiten onkosten, goed geleide te bezorgen. Doch alles te vergeefs; want hare vrienden hadden haar onderwyl weten om te praten, haar voornemen gestuit, en daar van afgeschrikt, met te zeggen, datmen haar daar zynde in een Klooster zou zetten, dat ’er voor hem Vrouwen ge-
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/100
Uiterlijk
Deze pagina is proefgelezen
79
Schilders en Schilderessen.
noeg