noeg waren, en diergelyke voorspellingen; want hare Vrienden die alle Gereformeerd of Mennonist waren, waren met een vooroordeel tegens de Roomsgezinden voor in genomen. Zy zond dan door hare Vrinden opgerokkent een brief van een geheel verscheligen inhoud naar Rome, te weten dat zy van voornemen verandert was, en niet wilde komen in zoo een landt, enz. Wat raad? zyn liefde drong hem om haar zelf te halen, zoo, dat wanneer hy geen verlof daar toe konde bekomen, hy in der stilte van Rome vertrok, en liet een open brief in zyn vertrek, waar in hy te kennen gaf, dat hy voornemens was binnen den tyd van drie Maanden weder te keeren.
Hier zynde werd hy van yder aangezocht, en gebeden om iets te willen maken. Zelfs de grootste liefhebbers van konst lieten hem niet ongekwelt, zulks het hem niet mogelyk was zoo haastig weder te konnen vertrekken, schoon ’er geduurig Brieven van den Kardinaal Pamfilio, en anderen kwamen.
Zyn Vrouws Broeder, die te Uitrecht woonde, ging hy bezoeken, en bleef daar om de gezonde lucht wonen, doch wilde egter alle Jaren weder naar Italien. Maar daar kwam niet af: want zyn Vrouw en goede Vrinden, waar onder menschen waren van den eersten rang, verbaden hem t’elkens, en verydelden dus dat voornemen, waar door het daar na geheel is agter gebleven.
In dien tyd heeft hy veel voorname konststukken gemaakt, en zou ’er meer konnen gemaakt hebben, indien hy zoo veel brave luiden niet aan zyn snoer gehad hadde, die hem gestadig van zyn werk aftroonden om zyne spraakzaamheid en verstand, zoo in geestelyke als waereltlyke zaken.
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/101
Uiterlijk
Deze pagina is proefgelezen
80
Schouburgh der
Maar