levendig en krachtig, al of ’t door het penceel geschildert waar geweest. Ook was hy inzonderheid in ’t groot uitnement vaardig, zoo dat zyn zoon, die my dit zelf mondeling betuigt heeft, hem op eenen dag verscheiden malen heeft zien beschilderen, een doek van 6 a 7 voeten breed, daar Gebouwen, Zee en Schepen, of een Bul en verscheide Honden naar het leven geschildert, in kwamen, met een Landschap en ander bywerk. Van gelyke drie pourtretten levensgroot half lyf met bywerk te schilderen op een Somersen dag, was voor hem maar speelen gaan. En schoon zyne geneigtheit wel het meest naar het groot helde, nochtans verstond hy ’t kleen schilderen meesterlyk, doch daar was geen grooter last voor hem als het kleen en uitvoerig schilderen, dat hy steets verwenste. Hierom ziet men dat ook maar zelden.
Het Konststukje verbeeldende een vrolyk gezelschap, zommige zeggen de Verloore Zoon, doch ’t meest bekent door den naam van ’t pissend Jongetje, nu door Nik. Verkolje uitvoerig in zwarte Konst gebracht, is geestig van vinding, konstig in zyn t’zamenstellingen, en met een klikkend en vet penceel geschildert. Het berust thans in ’t Kabinet van den konstliefdigen David Amori.
Maar het eenigste en uitvoerigste Konststuk dat in Nederland bekent is (de rest is opgekocht en naar buitenlandsche Hoven verzonden) is by de erfgenamen van den Heer Wiltschut tot Amsterdam, het geen zodanig uitvoerig geschildert is, dat het voor de konst van Dou of Mieris niet behoeft te wyken. Dit niettegenstaande heeft men hem dikwils hooren zeggen: dat het hem bedroefde en leet was, dat hy met zyne handen niet kon uitvoeren,
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/103
Uiterlijk
Deze pagina is proefgelezen
82
Schouburgh der
’t geen