ken welke hy in vele jaren niet gezien had, en na welke hy verlangde. Maar men zeit dat zy die voorwending verdacht hield, en geloofde dat hy zocht heen te gaan om nooit weder te keeren, gelyk ook gebeurt is; want hy op den 20 van Wintermaand 1656 binnen ’s Gravenhage (niet buiten vermoeden van vergif gedronken te hebben) kwam te overlyden.
In dienst zynde van zyn Koningin heeft hy Italien, Spanjen, Vrankryk, Engelant, Denemarken, en alle Hoven van Duischlant bezocht, om alle Potentaten en Doorluchtige Persoonen voor haar uit te schilderen, dien zy dan haare Beeltenis uit glorie van bekent te willen wezen, door onzen David Beck geschildert deed aanbieden. Op welk doen de groote J. van Vondel dit vaars gemaakt heeft.
De liefde tot de Konst luikt op met grooter hope
Van eer en prys, nu Becks de Vorsten van Europe,
Uit last der Koningin, door zyne Konst herteelt,
En hun Christyn vereert, in haar onsterffelyk beelt.
Zoo wort Gustavus bloed, van Hof, tot Hof geboren.
Wie klaagt dat aan deês verf en wissel wort verloren?
Dit doen leide hem, als het spreekwoord zeit, geen windeyeren, maar bragt hem wel blinkende voordeelen by. Zyn vrienden getuigen dat hy door deze voordeelige gelegenheit negen goude ketenen en Medalien te schenk van Koningen en Vorsten gekregen had, en onder die een van zyn Koningin. Zeker die groote Vrou deed veel om naam te maken. Zie hier Lezer (gemeene kost is by wylen zoo smakelyk als de kostbaarste) een gering staal. In de Stadt St. Gewer, in ’t Graafschap Hessen, had