een goeden teug deed, op dien zelven stondt bekwam; en Jaren na dien tyd leefde.
Dit zeltzaam voorval zoude ik zoo licht niet voor waarheit aannemen, ten zy ’er diergelyk iet in myn geslacht waare voor gevallen. Myn Grootvader van Moeders kant, en waar na ik ook vernoemt ben, wonende te Uitrecht, op den Steenweg, in ’t Blaau Rokje, kwam in den ouderdom van 17 Jaren (zoo ’t aan yder die daar tegenwoordig waren toescheen) te sterven: werd gevolgelyk uit getrokken, op stroo geleit, en de Vrysters in de buurt in geroepen, om het Lyk (volgens dies tyts gewoonten) met Palm, Laurier, en Bloempjes toe te maken. En men was al bezig om een krans tot zyn hooft te vlechten, wanneer zy het stroo hoorden ritzelen, en hem die zy meenden dat dood was, zagen de gordynen open schuiven, waar door zy alle van schrik over hoop vielen. Straks de bloemen weg, en hem warme wyn ingegeven, voorts in een gewarmd bed geleid, waar door hy bekwam; gelyk hy ook naderhant getrout is geweest, en zeven Zonen en drie Dochters heeft gezien.
Na de Dood van David Beck kwam de Londenaar JOAN COUPER (na dat hy een wyl zyn verblyf in Amsterdam gehouden had) aan ’t Hof van Zweden, en voorts in dienst van Koningin Kristina. Hy werd in zyn tyd voor den besten pourtretschilder in waterver gehouden, hebbende de Konst geleerd by eenen Olivier een Engelsman, die voor Koning Jakob, en Karel Stuart, veel groote Historien in waterverf geschildert heeft, welke in een galery geplaatst, langen tyd, hun stant gehouden hebben.
Sandrart, meld ook in dien tyd van eenen En-