Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/110

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
89
Schilders en Schilderessen.

Dit ’s Tilmans beeltenis, die boogden op geslagt,
Noch roem; maar d’eer van God: de rest als niet geacht.

Waar van wy ons hebben bedient in de Plaat C. 3.
Hendrik Bokelman Koopman tot Amsterdam is zyn Dochters Zoon.

Deze Levensbeschryving behoorde vroeger geplaatst te zyn geweest. Doch gebrek van tydig bericht is oorzaak dat ’er zomwyl een breuk tegens de wyze der schikking van ons pennewerk (buiten onze schult) begaan wort. ’t Zelve moeten wy ook in opzicht van den braven Rotterdamschen Konstschilder HENDRIK MARTENSZ. bygenaamt ZORGH tot onze verschooning zeggen. Deze bynaam werd aan zyn Vader (welke naardien eenvoudigentyd Marten Klaasz Rokes genaamt wert) gegeven; om dat hy Marktschipper van Rotterdam op Dort zynde, altyt zoo veel toezicht en zorg voor de lading en bestelling droeg, dat men, wanneer ymant iet te bestellen had waar aan gelegen was, door gewoonte zeide: geef het Zorg mee: gelyk ook tot zyn roem verhaalt wort dat hy eens een zak met 1000 gulden had aangenomen waar naderhand niet naar gevraagt wierd, ’t geen hy aan yder bekent maakte, en naar een lange wyl zig daar van ontsloeg, met den zelven over te geven aan de Armbezorgers van de Gereformeerde Kerk, mits zoo den eygenaar, daar van opkwam zy daar aansprakelyk voor waren, of moesten verantwoorden.
Deze goede ouden Man gestorven, kwam ’t Markt schipperschap op onzen Hendrik Martensz. Zorgh, welke daar om niet afliet te schilderen, maar

met