Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/115

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
94
Schouburgh der

’T beurt zelden dat in een geslacht zoo veel Konstschilders ontspruiten als in dat van de Everdingen. Want men telt drie gebroeders CESAR, Aldert, en Jan; en van Aldert weder een trits van Zonen Kornelis, Pieter en Jan welke d’een min, d’ander meer de Konst gehanteert hebben.
CESAR van EVERDINGEN moest uit hoofde van zyn geboortejaar geplaatst zyn geweest op ’t jaar 1606, maar alzoo de noodige berichten uit Alkmaar zyne geboortestadt eerst kwamen, wanneer het levensbedryf van zyn Broeder Aldert al ter drukpers ree lag, hebben wy hem maar voor de zelve konnen plaatsen. Hy was een braaf Beeldenschilder, en had een vletend penceel.
Onder vele van zyne Konstwerken worden geprezen de beschilderde deuren van het groot Orgel in de Kerk tot Alkmaar, waar op hy verbeelt heeft den Triumf van David, over het nedervellen van den grooten Goliat van Gad. In wat jaar hy dit geschildert heeft weet ik niet, maar wel dat hy het model op de woning van den Bouheer Jakob van Kampen (die het Orgel geordoneert heeft) maakte in ’t jaar 1648. Welk Model nu noch op het Alkmaarse Raadhuis hangt. Ook is op de Oude Doele tot Alkmaar een groot en voornaam stuk van hem te zien, verbeeldende den Adel en Krygsraad der oude Schuttery. De Beeltenissen zyn alle levensgroot en Konstig geschildert, zoo dat dit eene genoeg was om zyn roem tot na zyn dood (welk voorviel op ’t Jaar 1679 als hy out was 73 jaren) duurzaam te maken.
Hy was een Leerling van Jan van Bronkhorst van wien wy in ons Eerste Deel op pag. 231 gemelt

heb-