hebben, en onder zyne leerlingen welke hy tot Meesters in de Konst gemaakt heeft, worden geteld Hendrik Graau, van Hoorn. Adriaan Warmenhuizen van Warmenhuizen, Adriaan Dekker, en Laurens Oosthoorn.
Zyn Jongste Broeder JAN van EVERDINGEN mee tot Alkmaar geboren oeffende zig in ’t schilderen van stil leven, en dat meer uit Konstzucht als om gewin, aangezien hy een ander beroep had, te weten van pleitbezorger by de Reghtsgedingen.
ALDERT van EVERDINGEN, tweede Zoon van den geheimschryver Jan van Everdingen, en Broeder van den Konstschilder Cezar van Everdingen geboren tot Alkmaar 1621, heeft tot leermeesters in de Konst, eerst Roelant Savry daar na Pieter Molyn van Haarlem gehad, onder welker opzicht hy zoodanig in de Konst toenam dat zy zich niet schaamden, hem voor hunnen leerling te groeten. Vele pryswaardige konststukken zyn tot Amsterdam en elders onder de konstlievenden verspreit, die altyt betuigen zullen dat hy een groot meester in de Konst geweest is, niet in een enkel deel, maar genoegzaam in ’t algemeen; want men ziet Lantschappen van hem, met Beesjes en Beeltjes zoo wonder fraay geschildert, en dicht beplante bosschen, daar het oog door hun diepte geen end aan ziet, en de getroste meyen zoo spelende en dartel geschildert: dat zy zich tegens de lucht schynen te bewegen: en watervallen, en zeestormen, waar in de brandinge van ’t Zeewater tegens de harde rotzen, en de dunne afstuivende sprenkelingen zoo natuurlyk dun, en geestig zyn waargenome dat de stukken voor meesterstukken mogen doorgaan, maar inzonderheit heeft hy uitgemunt