Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/122

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
99
Schilders en Schilderessen.

En ’t grazelooze Veld behyzelt staat, met duinen
Van jacht sneeu overstolpt, dees bladerryke kruinen,
Beschouwen, groen van loof, een Somer voor het oog.
Hier kan hy afgeslooft door Staatzorg, weer den boogh
Ontspannen; zig in dees bespiegeling verlusten.

Hy is gestorven in ’t jaar 1673, maar zyn roem door ’t penceel behaalt, en zyn beeltenis geplaatst in de Plaat D. 2 blyft duuren.

Hier nevens verschynt de brave Konstschilder KORNELIS de MAN, geboren te Delf, in het jaar 1621. De zucht om vremde Landen, en de beruchte penceelkonst der grootste meesters te zien, spoorde hem al vroeg tot de reis. Parys was de eerste stadt daar hy stil hield om zyn Konst te oeffenen; maar om den trek dien hy naar Rome had, liet hy zig daar niet langer dan een jaar ophouden, wanneer hy voortreisde op Lion en van daar door Lombardyen naar Italien. Te Florence kreeg hy gelegentheit om zyn penceelkonst te oeffenen voor een groot Edelman, in wiens dienst hy twee jaren bleef, tot dat hy naar Rome vertrok, daar hy zig verscheide jaren naar doorluchtige voorbeelden oeffende. Van daar vertrok hy naar Venetien, waar hem geen Mecenassen ontbraken, die zyne konst rykelyk beloonden.
Wanneer hy nu negen achtereenvolgende jaren op vreemde haardsteden gespyst hadde, trachtte hy weder naar zyn vaderland; en nam zyn te rug reis over de Alpische gebergten, en voorts door andere steden, tot zyn geboortestad Delf, daar hy stalen van zyn brave konst, (na dat hem de dood zyn levensdraad afknipte in ’t jaar 1706, zonder bedroefde weduw of kinderen agter te laten) ge-

laten
G 2