gentheit om de Beeltenis des Keizers, nevens verscheiden Ambassadeurs, en Princen van ’t Duitsche Ryk, welke by de krooning tegenwoordig waren, te schilderen, daar hy veel roem en gelt door won. Zyn beeltenis staat in de Plaat E. 2.
Van daar nam hem de Marschalk Grammont onder belofte die hy hem den Koning zoude doen schilderen, mee naar Vrankryk, dat ook geschiede, en om dat het stuk den Koning zoo wel beviel, schilderde hy ook la Reine Mere, den Hertog van Orleans, en alle voorname Heeren van ’t Hof; by bleef daar vier agtereenvolgende Jaren; waar na hy zig tot Amsterdam neerzette, daar hy een groote meenigte pourtretten gemaakt heeft, daar men ’er niet zelden nog van ziet, die konstig geschildert zyn.
Hy was ook een groot yveraar in ’t voortzetten en verbeteren van de Schraapkonst, of Swartekonst, die hy van Prins Robbert, groot Admiraal van Engeland: die het zelve uitgevonden heeft, geleert had, onder belofte van het zelve aan niemant anders voort te leeren, gelyk hy ook getrouwelyk na kwam: maar alzoo hem het gronden dier kopere platen te lastig viel, nu aan zeker arm eerlyk man veel goed deed, als ook des zelfs zoon uit medelyden tot zyn knecht gebruikte, onderwees hy deze oude man, hoe de kopere platen te bewerken. De zoon dit bemerkende dwong den oude man door bedreygingen dat hy van hem wilde wegloopen, indien hy hem zulks niet openbaarde, en liet zien, het geen den goede man (hoe noode) eindelyk deed. Zoo ras de zoon de gereedschappen gezien en een begrip van de behandelinge dier nieuwe Konst had, bediende hy zig tot zyn bederf daar van; want hy veilde deze
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/128
Uiterlijk
Deze pagina is proefgelezen
103
Schilders en Schilderessen.
konst
G 4