Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/131

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

Zyn Vader was geheimschryver van de Assurantie-Kamer, en zyn grootvader Geheimschryver van de vermaarde koopstad Amsterdam. Zyn Vader, die een eenige Zoon was, en waar meê het ging als het spreekwoord zeit, mal Moertje mal Kindje, nam naderhand weinig agt op zyn staat, en ging door onbedagtzame Borgspreking te gronde. Deze vroeg gestorven werd beslooten, dat men onzen J A K O B de Konst van Schilderen (daar hy van Natuur toe geneigt was) zou laten leeren om zyn kost daar mede te winnen, by Nicolaas Mojaart. En na dat hy eenige jaren by den zelven geweest had, en byna op eigen wieken dryven konde, ging hy met zyn 21 jaar naar Vrankryk, en voort te voet met gezelschap naar Italien. Te Rome gekomen ontmoette hy straks verscheide Schilders die hy in Holland gekent had, welke hem met veel liefde verwelkomden, en naar den naasten drinkwinkel wilden slepen, dat hem verlegen maakte; aangezien zyn beurs ledig was, waarom hy 't weigerde. Zyne kennissen dien dit doen vremt voorkwam drongen hem al schoorvoetende ter Herberg in, wanneer eindelyk het harde woord, dat hy geen geld had en voornemens was soldaat te worden, daar uitquam, daar wel hartelyk om gelachen wierd van de Hollanders, die gewoon zyn hunne Landslieden niet in verlegentheid te laten. Dus spraken zy hem moed in 't hart, verzogten hem lustig te willen wezen, maakten hem dien zelven avond Bentvogel, en noemden hem; om dat hy gezegt had soldaat te willen worden, en om dat hy kort van Persoon was (dewyl men gewoon is de kortsten tot Tromslagers te gebruiken) Tamboer. Verscheiden jaren bragt hy te Rome met yverig teekenen en schil-