deren door, oeffenende zig naar de beste voorbeelden, inzonderheit van Bamboots. Doch hy maakte geen grooten opgang: aangezien hy zig door zyn wyze van leven niet wist bemint te maken, zynde doorgaans stil, en droefgeestig, het welk ontsproot uit naaryver dien hy had, wanneer hy zag dat anderen hem in Konst voorby streefden, waarom hy zig zelven door ’t Penceel zelden genoegen konde geven, ook wel de konstoeffening, als het niet na zyn zin uitviel, vervloekte. Weder in ’t Vaderlant gekeert (zyn Moeder onderwyl was tot Amsterdam gestorven) zette hy zig ter neer in den Haeg met zyn zuster die het Huisbestier waarnam tot dat hy kwam te trouwen met Margarite Boorfers, daar hy veel gelt mee behuwlykte. Dese Margarite was ook zelf een liefhebster van de Schilderkonst en oeffende zig in ’t teekenen. Hy kreeg by haar vier Zonen en een Dochter, waar na hy haar in ’t Jaar 1661 door ’t sterflot verloor. Zulks hem zyn zuster doen weer te pas kwam tot de opvoeding zyner Kinderen. Hy maakte grooten rouw over zyn Vrou, zoo om dat hy haar minde, als om dat hy een jaarlyks inkomen van 700 gulden lyfrenten met haar miste. Dit bracht hem eerst tot lusteloosheit, daar na tot traagheit, zoo dat hy in vier agtereenvolgende jaren geen een Penceelstreek op Paneel zette, ook naderhand traaglyk aan ’t Schilderen was te brengen, en zoo hy ’t al deed met luttel yver, waarom zyne Vrinden die hy tot Amsterdam hadde, voorsiende dat hy tot Armoede zoude geraken, hem het Sekretarisampt te Sloten buiten Amsterdam bezorgden; ’t geen hem den Schilderlust scheen op te wekken; want hy daar een stuk dat seven jaren onder de hand geweest had, afmaakte, ’t geen
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/132
Uiterlijk