Stadt hebben zy amptshalven, op dat het gemeene best geen schade daar door leed, dit monster in de gevangenis doen brengen, en naa ernstig nazoek van zyn verfoeilyke wyze van schilderen, gedrag en redenvoeringen, hem daar op ondervraagt, en wanneer hy niets van 't geen waar mede hy betigt werd, wilde bekennen, hem op de pynbank gebragt, dog hy stond de pyn styfkoppig door zonder eenige bekentenis, wanneer zy hem in 't Tugthuis banden voor20 jaren. Dit was in 't jaar 1630 op den25 van Hooimaand. Als hy daar een geruimen tyd gezeten had, is hy daar uit verlost door voorspraak van groote luiden, onder welke ook was de Ambassadeur van Engeland met welken hy overscheepten, en zig een tyd lang in Engeland onthield, tot dat hy tot Amsterdam kwam woonen, daar hy ook gestorven is. Zoo dan de Schilderjeugt naar goeden raad luisteren wil, zoo moet zy in steê van dusdanige walgelyke voorwerpen te verbeelden tot hare schande, veel liever tot roem door haren konstpenceel zedespiegels vertoonen. Deze leerles is niet nieuw, maar een grage maag lust ook wel verwarmde spyze, inzonderheid als die door een versche saus verfrist word. 'T is niet voegelyk dat men geheime schandelykheid, geile, walghelyke en vuile bedryven, die in den duister, of uit eigen schaamte agter de gordynen gepleegt worden, bloot vertoond. De Schilderkonst, en Digtkonst zyn gezusters, en beide door de kuische Parnasnimsen opgekweekt, welker eer door zulks te doen te kort gedaan word. Wat meenje is de rede dat het spel van Joseph van velen van den Schouburgh word afgeweert?
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/144
Uiterlijk