van gesproken hebben, dat door zyne levenswyze en konst niet als ontucht werkte, als een onnut lit van de borgerlyke gemeenschap afsneed. Behalven dat ook de eedle konst door zulke ergerlyke vertoonselen meer verachting word aangedaan.
Zeker niemant, by wien de rede huisvest, en de Godvrucht inwoont, is ’er of hy zal een afkeer van zulks hebben. En zoo het beuren mocht dat het van zommigen geprezen word, zulk pryzen geeft niet anders als den bedorven aart van die het pryst te kennen. Van Parrasius was ’er te Rome een schandelyk Tafereel van Meleager en Atalanta, maar werd het daarom van elk geprezen? gewis niet. myn Meester Sam. van Hoogstraten zeit, ik schame my ’t zelve te beschryven. Met een woort: zulke vertoonselen, ’t zy die op ’t toneel, of in schildery verbeelt worden, zyn krabbers, daar de wortel van ’t zondekruid mee boven geschoffelt word; waarom ook gemelde Hoogstraten in zyn vyfde Boek van d’Inleiding tot de Hooge Schole der Schilderkonst, p. 176. Thalia zeit: Wacht u dan ô eedle geesten, van de schandelyke onkuisheden van Tiberius in ’t Eylant Kapreen in uwe Tafereelen te vertoonen. Laat ook den oudvader Noë niet schaamteloos naakt leggen, daar Sem en Japhet hunne aanzigten van afkeeren. Want die tot zulke schandelykheden geneigt zyn, verdienen den vloek zoo wel als Cham.
My gedenkt ook nog, als ik by hem woonde om de Konst te leeren, dat toen de Minnebrieven van Nazo door A. Valentyn vertaalt, waren in druk gekomen, en ik uit leeslust, die ter leen verzocht, maar tot antwoord kreeg, Zulks is niet dienstigh; den Dichter is ’er om gebannen geweest in Pontus, en de Vertaalder behoorde daarom voor
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/146
Uiterlijk
Deze pagina is proefgelezen
121
Schilders en Schilderessen.
altyd
H 5